Het orgel is een toetsinstrument en ook een beetje een blaasinstrument, want het geluid wordt gemaakt doordat er lucht door de orgelpijpen gestuurd wordt. De klank van het orgel is indrukwekkend, en er zijn vele klankkleuren samen te stellen.

Het elektronisch orgel is eigenlijk een huiskamerversie van het kerkorgel, maar zonder pijpen. De aanslag is wel heel anders dan van een kerkorgel.

Hoewel het (elektronisch) orgel en het harmonium vooral bekend zijn als instrumenten voor geestelijke muziek, worden beide instrumenten ook gebruikt in klassieke en lichte muziek.

Op een orgel kun je drie partijen tegelijk spelen. Het moet dan wel minimaal 2 klavieren en pedaal hebben. Met je rechterhand speel je dan bijvoorbeeld de melodie, met je linkerhand de begeleiding en met je voeten de baspartij op het pedaal.

Als je orgel wilt gaan spelen moet je minimaal 8 jaar oud zijn. Het is niet noodzakelijk om al noten te kunnen lezen of een ander instrument te bespelen. Het oefenen zou je natuurlijk het liefst op een echt kerkorgel willen doen, maar dat is voor de meeste mensen niet weggelegd.

Het is vaak ook niet mogelijk om de orgellessen op een echt pijporgel te geven.

Een elektronisch orgel (let er wel op, dat de klavieren minstens 4½ oktaaf groot zijn!), of de eerste tijd een keyboard, is dan een oplossing. Ben je al iets gevorderd dan heb je een orgel nodig met 2 klavieren en een volledig pedaal (minimaal 27 tonen).